eerste narcoticabrigade Nederland

Duik in het verhaal van de eerste Nederlandse narcoticabrigade

LinkedIn
X
Facebook
WhatsApp
In 1919 werd de handel van opium en cocaïne in Nederland bij wet verboden. Op overtreding van de wet stond drie maanden celstraf of een boete van duizend gulden. In 1928 werd de wet herzien en werd ook bezit strafbaar, de maximale straf werd verhoogd tot een jaar. Vanaf dat moment hielden het ministerie van Volksgezondheid en dat van Financiën (invoerrechten en accijnzen) zich bezig met handhaving van deze wet. De toenmalig hoofdcommissaris van de Rotterdamse politie, Adriaan Sirks, ging vol overgave aan de slag met de bestrijding van de smokkelhandel in verdovende middelen. Hiermee was de geboorte van de allereerste narcoticabrigade een feit.

Je woont zelf in Amsterdam, terwijl ‘De Centrale’ een duidelijke Rotterdamse context heeft. Is dat een bewuste keuze geweest?

“Dat was een geheel toevallige samenloop van omstandigheden en voor mij ook een uitdaging: ik ken de geschiedenis van de hoofdstad vrij goed en wist over de historie van Rotterdam vrij weinig. Door mij te storten op de geschiedenis van De Centrale, in 1928 opgericht in Rotterdam en later landelijk uitgerold, kreeg ik een mooie kans om meer te weten te komen over het recente verleden van de Maasstad. Rotterdam zit vol prachtige verhalen, maar over de geschiedenis van de eerste narcoticabrigade is weinig gepubliceerd. Ik moest daarom diverse archieven induiken, waaronder uiteraard het Stadsarchief Rotterdam. Gelukkig boden de archiefmedewerkers mij geweldige hulp tijdens mijn speurtocht.”

Je geeft een prachtig historisch inzicht in de eerste narcoticabrigade en hoofdcommissaris Sirks. Hoe ging die brigade van Sirks van start?

“Sirks was een houwdegen en een man van de oude stempel, maar met zijn opzet van een drugsbrigade juist weer heel vernieuwend. In die begintijd kampte de brigade met tal van opstartproblemen: er moest continu geld worden binnengehengeld om de brigade te financieren. Veel mensen in het land, maar ook collega’s in het veld, wisten weinig tot niets van drugs, en er moest een geheel nieuw plan van drugsaanpak uit de hoge hoed worden getoverd. Daarbij kwam dat de brigade in de kern maar uit twee agenten bestond: inspecteurs De Jong en Valken, een soort Rotterdamse Jansen en Janssen die stad en (buiten)land afstruinden op zoek naar drugsonraad. Dat leverde in die beginjaren, vooral vanwege gebrek aan kennis en netwerk, weinig op.”

 

Inspecteurs De Jong en Valken

Wat vind jij historisch gezien een unieke smokkelmethode?

“Er zijn meerdere methodes die er voor mij uitspringen. De oudste die ik kon vinden was een zogenaamde smokkelcent uit begin negentiende eeuw, waarin opium was verstopt. Later, in het interbellum, werd van veel groter materiaal gebruikgemaakt; de koffer met dubbele bodem die we allemaal wel kennen uit films en stripboeken. In diezelfde periode werd er in de grensstreek ook veel gebruikgemaakt van snelle auto’s en motoren. De douane kon hier helaas weinig tegen doen, omdat de eigen voertuigen vaak lang niet snel genoeg waren.”

 

Opium smokkelcent

In jouw boek spelen Chinezen een belangrijke rol, dit blijkt o.a. uit talloze historische politierapporten over opiumsmokkel. Hoe zit dit precies?

“De Chinezen kwamen begin negentiende eeuw in wat grotere aantallen in ons land terecht: op Katendrecht in Rotterdam en in de Nieuwmarkt buurt in Amsterdam. Ze hadden toen meegewerkt aan het breken van een landelijke staking van Nederlandse zeelieden en bleven hier hangen. Eén van de exotische zaken die ze meebrachten, naast lekkere maaltijden en pindakoekjes, was het roken van opium, ook wel opiumschuiven genoemd. Dat deden ze binnen, in een besloten gemeenschap, waarbij ze niemand lastigvielen. Omdat er in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw verder weinig drugsoverlast was, waren deze opiumschuivende Chinezen een eenvoudig doelwit voor de kersverse drugsbestrijders.”

Je hebt enorm veel historisch onderzoek gedaan naar de geschiedenis van drugscriminaliteit. Wat is een belangrijk feit dat de moeite waard is om te delen?

“Hoe de internationale War on drugs is ontstaan en hoe deze nu wellicht te beëindigen is. In de jaren dertig van de vorige eeuw was er in Nederland namelijk een effectief medisch beleid dat drugsgebruik prima in de hand hield, en waar we mijns inziens vrij eenvoudig naar kunnen terugkeren. Cocaïne en morfine waren toen bijvoorbeeld via doktersrecept in de apotheek verkrijgbaar, dus dat zou nu ook weer kunnen. Probleem is alleen wel dat er tegenwoordig wereldwijd heel veel individuen en instanties, op zeer uiteenlopende manieren, steenrijk worden met de illegale handel in drugs. Dat zal voorlopig wel blijven zoals het is.”

 

 

Opiumschuiver

Stel, we draaien de klok terug naar ongeveer 1919. Was het aannemen van de Opiumwet een juiste keuze?

“De invoering van de wet was goedbedoeld, maar ik denk dat veel politieagenten geen idee hadden wat ze er mee aan moesten. Sterker nog: veel agenten wisten in het begin niet eens dat de Opiumwet bestond. Daarbij kwam dat het ook een beetje een overbodige wet was: van drugsoverlast was vrijwel geen sprake. Dat kwam door een combinatie van factoren: het medische drugsbeleid van de overheid functioneerde toen goed. Veel moderne, zeer verslavende middelen zoals fentanyl, crack en crystal meth waren nog niet ‘uitgevonden’. Wanneer verslaafden buiten de reguliere, legale paden drugs wilden verkrijgen, dan waren de prijzen laag, veel lager dan nu in de illegale tijd van drugs. Later bleek de Opiumwet wel een bruikbaarder juridisch instrument. In de loop van de jaren zestig veranderde de maatschappij in rap tempo. Er kwamen nieuwe middelen op de markt en het drugsgebruik nam toe. In de jaren zeventig kwam de drugsverslaafde, die we nu junk noemen, langzaam in beeld. Er ontstond drugscriminaliteit met veel maatschappelijke overlast.”

 

Opiumsmokkel

Waarom zouden mensen dit boek moeten lezen?

“Ik heb een klein verhaal opgehangen aan een grote geschiedenis. Door te beschrijven hoe De Centrale, een piepkleine eenheid, is ontstaan vertel ik in feite het veel bredere verhaal van internationale drugsbestrijding. Sirks begon zijn strijd tegen drugs niet uit zichzelf, maar omdat dit min of meer werd opgelegd door de Volkenbond, de voorganger van de Verenigde Naties, en die kreeg de opdracht indirect weer van de Verenigde Staten. Zowel de kleine als de grote geschiedenis is voor veel mensen onbekend. De geschiedenissen worden aan elkaar geknoopt door allerlei minder bekende wetenswaardigheden: van de herkomst van dopinggebruik in de sport (ook weer een soort drugsgebruik), een heuse Amsterdamse cocaïnefabriek, tot een Nederlandse koning die een aardig zakcentje bijverdiende met de handel in opium. Zo is een aaneenschakeling ontstaan van inhoudelijk totaal verschillende korte hoofdstukken, met volop afwisseling voor de lezer.”

 

De Centrale Micha Peters

De Centrale: de eerste Nederlandse narcoticabrigade, staat op de longlist voor de mr. J. Dutilhprijs 2026, een tweejaarlijkse prijs van Historisch Genootschap Roterodamum voor het beste boek over de Maasstad.

Woordweetje uit De Centrale

Oorspronkelijk komt het woord drugs niet uit het Engels, maar van het Middeleeuws Nederlandse woord droge. Dit woord werd gebruikt voor gedroogde kruiden, wortels en andere plantaardige stoffen die apothekers verwerkten tot medicijnen. Vanuit droge is ook het beroep drogist ontstaan. Destijds had het woord geen enkele negatieve betekenis: het ging simpelweg om grondstoffen voor geneeskundig gebruik.

De Fransen namen het woord droge over en verbasterden het tot drogue. Daarmee werd het begrip breder: niet alleen geneeskrachtige stoffen, maar ook andere middelen vielen eronder. De Engelsen vonden drogue een aantrekkelijk woord, maar vereenvoudigden het tot drug. In het Engels kreeg het woord een dubbele betekenis: zowel een medicijn als een middel met een verdovende of geestveranderende werking. Vervolgens is het woord in Nederland geïmporteerd uit het Engels. Daarbij is slechts één betekenis behouden gebleven. In het Nederlands betekent drug geen medicijn, maar uitsluitend een middel dat het bewustzijn beïnvloedt.

Dat onderscheid is cruciaal. Waar een Engelstalige zonder probleem spreekt over drugs prescribed by a doctor, is dat in het Nederlands ondenkbaar. Het woord drugs werd eind jaren zestig gemeengoed in Nederland. Daarvoor sprak men vooral over verdovende middelen of narcotica. Met de opkomst van nieuwe stoffen en veranderende maatschappelijke opvattingen bleek die terminologie te beperkt. Drugs werd een verzamelbegrip voor middelen met een psychotrope werking: stoffen die het denken, voelen en waarnemen beïnvloeden.

Die taalontwikkeling verklaart ook waarom het woord vandaag de dag soms verwarrend is. Niet alle drugs zijn verdovend, en niet alle verdovende stoffen zijn drugs in medische zin.