“De manier waarop mensen leren verandert. Kennis is vandaag de dag zeer toegankelijk, onder andere door AI. Juist daarom vraagt kennisoverdracht om een andere aanpak. Het gaat niet alleen om informatie, maar om betrouwbare kennis: gebaseerd op wetenschappelijke bronnen en bewezen effectiviteit in de praktijk. Voor gemeenten en andere organisaties ligt de behoefte vooral bij de vraag hoe kennis en inzicht zo worden aangeboden dat professionals deze ook daadwerkelijk toepassen in hun werk. Je hebt het dan over een gedragsverandering.”
“De leerbehoefte is altijd leidend. In sommige trajecten bleek een e-learning minder passend dan bijvoorbeeld een train-de-traineropleiding. Die keuze leverde aantoonbaar hogere leerresultaten op binnen de organisatie. De vorm volgt dus altijd de inhoud, niet andersom.”
Bij een eenvoudige leerbehoefte, zoals basiskennis over een fenomeen of een gewijzigde werkwijze of wetgeving, blijkt een micro e-learning van enkele minuten vaak zeer effectief. Dit materiaal is goed deelbaar via intranet of nieuwsbrieven en sluit aan bij het werkritme van professionals. Maar bij complexere vragen vraagt leren om meer dan alleen zenden.”
“Elke opdracht begint met een intake waarin de leerbehoefte en het onderliggende probleem samen met de klant worden onderzocht. Organisatiecultuur speelt daarbij een grote rol. Die kan leren versterken, maar ook belemmeren. Daarom horen cultuuraspecten standaard bij de analyse. De leervraag en de doelgroep staan centraal in de intake. Op basis daarvan bepalen wij een passende leerstrategie. Deze kan bestaan uit een fysieke training, een micro e-learning, een e-learning in combinatie met fysieke training of een andere passende vorm. Een mooi voorbeeld is het nieuwe concept ‘Luistertrainingen’ dat ik heb ontwikkeld. Een oude manier van leren in een nieuw jasje, helemaal passend bij deze tijd en de wijze waarop mensen willen leren.”
“De vraag van de opdrachtgever komt niet altijd overeen met de daadwerkelijke behoefte van de einddoelgroep. Door ook met hen in gesprek te gaan, ontstaat een scherper beeld. Een praktijkvoorbeeld: ik kreeg een verzoek om schrijfvaardigheden voor bestuurlijke rapportages te verbeteren. De einddoelgroep bleek zelf al effectieve formats te gebruiken. De echte uitdaging zat in de interactie tussen stakeholders. Door dit proces centraal te stellen in plaats van de schrijfvaardigheid, ontstonden niet alleen inhoudelijk betere rapportages, maar verbeterde ook de samenwerking met stakeholders. Hun belangen en perspectieven werden beter verwerkt in de bestuurlijke rapportages. Stakeholders voelden zich beter begrepen en betrokken. Als we instrumenteel waren gestart met een schrijftraining, had dat wel iets opgeleverd. Alleen door de vraag achter de vraag centraal te stellen, ontstond pas echt duurzaam effect.”
“Na de intake volgt een concrete leerstrategie. Die sluit aan bij de vraag, de context en het beschikbare budget, met als doel het hoogste leerrendement. Dat kan een fysieke training zijn, een micro e-learning, een blended vorm of een andere passende leeroplossing, zoals een luistertraining die ik zojuist noemde. Elke opdrachtgever heeft een andere context. Ook professionals verschillen in kennis, ervaring en positie. Een standaard bewustwordingstraining levert dan vooral een vinkje op, maar geen daadwerkelijk effect. Een zorgvuldige intake en herkenbare inhoud vergroten de motivatie van deelnemers. Dat draagt direct bij aan effectiviteit. Anders denken leidt tot anders doen, met een hoger leerrendement.”
“In het leerscript komt alles samen: de klantvraag, context en leerstrategie. Hierin worden leerdoelen, opbouw en didactiek uitgewerkt. Praktijkverhalen, dilemma’s en concrete problemen vormen de kern, aangevuld met wetenschap en vaardigheden. Na goedkeuring start de productie. Deze productie gebeurt met een multidisciplinair team van bijvoorbeeld een onderwijskundige, een vormgever, een tekstschrijver, een spelregisseur, een videopartij, een presentator, een acteur, een stemacteur en een animator. Een goed storyboard voorkomt misverstanden en aanpassingen achteraf.”
“Wat opvalt, wordt beter onthouden. Veel mensen leren visueel. Beeld en geluid ondersteunen het leerproces. Het principe ‘less is more’ staat centraal: rust, samenhang en bewuste prikkeling. Breinleren wordt doelgericht toegepast in beeld, tekst en geluid. Het eindresultaat is geen passief kijk- of luistermateriaal, maar een zorgvuldig ontworpen leerervaring. Elk detail is doordacht. Met passie werken wij aan hoogwaardige leerproducten met een hoog leerrendement.”
“Meten stopt nooit. Er wordt gekeken waar deelnemers blijven kijken, waar zij afhaken, wat leertesten laten zien en welke effecten zichtbaar zijn op de werkvloer. Die inzichten worden gedeeld met de klant en ingezet voor verdere verbetering en zetten wij weer actief in bij nieuwe en bestaande opdrachten. Het uiteindelijke doel is optimaal leren. Niet alleen kennis overdragen, maar zichtbaar resultaat realiseren zodat deelnemers in de praktijk direct aan de slag kunnen.”