Illustratie van bevoegdheden ondermijning waarbij complexe informatie wordt teruggebracht tot overzicht en structuur.

Wie gaat helpen in het spaghettibord van bevoegdheden?

LinkedIn
X
Facebook
WhatsApp
De aanpak van ondermijnende criminaliteit is in Nederland uitgegroeid tot een complex web van samenwerkingen, bevoegdheden en interventies. Wat ooit begon als een poging om bestuurlijke, fiscale en strafrechtelijke instrumenten te bundelen, dreigt inmiddels te ontaarden in een onoverzichtelijk spaghettibord van bevoegdheden. Lijnen van verantwoordelijkheid, bevoegdheid en controle raken steeds verder verstrengeld en zijn in de praktijk nauwelijks nog te ontwarren.

Onderzoek, onder meer van het WODC, laat zien dat deze integrale aanpak een fundamenteel probleem kent, namelijk onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden. In de praktijk worden bevoegdheden van verschillende rollen door elkaar gebruikt. Ook worden interventies vaak gekozen op basis van beschikbare instrumenten in plaats van een duidelijke taakverdeling. Daardoor is het niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor besluitvorming, uitvoering en verantwoording.

Deze onduidelijkheid is niet alleen theoretisch, maar ook zichtbaar in de praktijk. Zo worden volledig bestuursrechtelijke controles uitgevoerd door zogenoemde ondermijningsboa’s, die niet altijd optreden binnen hun rol als buitengewoon opsporingsambtenaar en feitelijk volledig bestuursrechtelijk handelen. Tegelijkertijd komt het voor dat toezichthouders al concrete vermoedens hebben van strafbare feiten, maar toch hun toezichtsbevoegdheden inzetten, terwijl feitelijk sprake is van een strafrechtelijk doel. Ook zien we situaties waarin handhavers, volledig gekleed als opsporingsambtenaar maar handelend als toezichthouder, zelfstandig ruimtes openbreken in het kader van toezicht. Voor zowel samenwerkingspartners als burgers is dan volstrekt onduidelijk vanuit welke bevoegdheid of rol wordt gehandeld.

Dit schuiven tussen rollen en bevoegdheden is niet slechts onwenselijk, maar staat op gespannen voet met de geldende wettelijke kaders. Voor de buitengewoon opsporingsambtenaar geldt op grond van artikel 25 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dat hij zijn opsporingshandelingen beperkt tot hetgeen noodzakelijk is voor een juiste functievervulling en zich onthoudt van optreden waartoe hij niet bevoegd is. Hij dient te handelen overeenkomstig de wettelijke regels.

Ook voor toezichthouders gelden duidelijke grenzen. Op grond van artikel 1:6 Awb zijn de bepalingen uit de Awb niet van toepassing op de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Dit betekent dat toezichtsbevoegdheden niet mogen worden ingezet voor strafrechtelijke doeleinden. Daarnaast vereist artikel 2:4 Awb dat bestuursorganen hun taak zonder vooringenomenheid vervullen en bepaalt artikel 5:13 Awb dat bevoegdheden slechts mogen worden gebruikt voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak.

Net zoals spaghetti op een bord in elkaar verstrengeld raakt, raken in de ondermijningsaanpak bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden door elkaar. Het gevolg is niet alleen bestuurlijke onoverzichtelijkheid, maar ook een afname van juridische scherpte. Hierdoor wordt effectieve sturing bemoeilijkt en neemt het risico toe dat bevoegdheden onrechtmatig worden ingezet.

De oorzaken liggen onder meer in het niet altijd voldoende kennen van de eigen bevoegdheden, een gebrek aan toezicht en de inherente complexiteit van ondermijnende criminaliteit, die specialistische inzet vereist. Wat in de praktijk ontstaat bij integrale controles en samenwerkingsverbanden is een werkwijze die in sommige gevallen meer leunt op improvisatie dan op duidelijke structuur en afbakening van bevoegdheden.

Wanneer begrenzing vervaagt en rolzuiverheid ontbreekt, ontstaat het risico dat interventies plaatsvinden zonder heldere bevoegdheidsgrondslag of verantwoordingsstructuur. Het is daarom essentieel dat bij integrale controles alle betrokken partijen zich bewust zijn van hun eigen rol, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Bevoegdheden mogen niet worden ingezet voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verleend. Het moet steeds duidelijk zijn vanuit welke rol (toezichthouder of opsporingsambtenaar) wordt gehandeld.

Wij willen toewerken naar een helder en praktijkgericht kader dat structuur aanbrengt in dit ‘spaghettibord’ van bevoegdheden en informatiedeling. Het doel is een toegankelijk kennisdocument dat concrete handelingsperspectieven biedt voor de praktijk. Dat is een aanzienlijke uitdaging. Heb jij ideeën of praktijkervaring die kunnen bijdragen aan het praktisch toepasbaar maken van deze complexe materie? Neem dan contact op.

Door landelijke kennis en ervaringen te bundelen, kunnen we komen tot een effectievere en juridisch zuivere aanpak.