Het TCI is een gespecialiseerde eenheid binnen de nationale politie die zich richt op het verzamelen van informatie. De werkwijze van het TCI onderscheidt zich op twee essentiële punten. In de eerste plaats gaat het om de aard van de informatie. Deze moet betrekking hebben op wat in opsporingsjargon wordt aangeduid als zware georganiseerde criminaliteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om handel in verdovende middelen, mensenhandel, liquidaties en witwassen.
In de tweede plaats onderscheidt het TCI zich in de manier waarop informatie wordt verkregen. Iedereen die nergens anders zijn of haar verhaal durft te vertellen, kan terecht bij het TCI. Het maakt daarbij niet uit of je een crimineel, een doorsnee burger of een ondernemer bent. Een ieder kan zich melden via het landelijke nummer van Team Nationale Inlichtingen of bijvoorbeeld via de wijkagent, die vervolgens de verbinding legt met het TCI. Cruciaal daarbij is de bronbescherming. Informatiegevers blijven anoniem, ook in een gerechtelijke procedure.
Gesprekken met het TCI zijn vertrouwelijk waarbij sprake is van afscherming van de identiteit, afscherming van de gesprekslocatie en afscherming van de gespreksinhoud. Van wie de informatie afkomstig is, blijft onbekend. Ook andere opsporingsambtenaren zoals rechercheurs, weten niet wie de informant is. Zelfs de rechter komt dit niet te weten. Daarom kan een proces-verbaal van het TCI met daarin geanonimiseerde informatie die niet herleidbaar is naar de informant, nooit dienen als bewijs. Het kan namelijk niet getoetst worden door de rechter en de verdediging omdat ze niet weten van wie het afkomstig is. Dergelijke informatie kan wel dienen als opstart naar een onderzoek of het ontbrekende puzzelstukje in een lopend onderzoek.
Het beoordelen van betrouwbaarheid is daarbij complex. Een bron kan waarheidsgetrouw zijn, terwijl feiten indirect zijn verkregen of gebaseerd zijn op informatie van derden. TCI-medewerkers zijn daarom opgeleid om motieven zorgvuldig te wegen. Er wordt gekeken naar eigenbelang, mogelijke wraak, concurrentie of misleiding. Deze professionele oordeelsvorming vormt het fundament van een bruikbaar intelligenceproduct. Niet alleen de betrouwbaarheid van de bron telt, maar ook die van de informatie zelf. Dat onderscheid is essentieel.
Het TCI werkt met extra aandacht voor integriteit en toezicht op eigen medewerkers. Het werk is gebonden aan strenge regels waarbij men werkt onder het gezag van de eigen TCI-Officier van Justitie. Aanvullende screening, interne controles en integriteitsprotocollen zijn van toepassing. Medewerkers werken bovendien niet onbeperkt bij het TCI. Na een aantal jaren is doorstroming verplicht. Die aandacht voor integriteit is essentieel, omdat misbruik van positie of informatie niet alleen individuen schaadt, maar het vertrouwen in het hele systeem ondermijnt.
“Investeer als gemeenten in het weerbaar maken van alle medewerkers en inwoners. Ook belangrijk is het om als gemeente zichtbaar in de gemeente aanwezig te zijn. Maak verbinding met de inwoners en ga in gesprek met ondernemers. Natuurlijk is repressief optreden noodzakelijk maar ook preventief werkzaam zijn, is van grote waarde. Bouwen aan vertrouwen vraagt tijd maar levert op termijn ook veel op als het gaat om informatie.”
“Als iemand kennis draagt van informatie dat de georganiseerde zware criminaliteit raakt, waarbij het voor diegene gevaarlijk kan zijn als zijn of haar naam in een dossier voorkomt als degene die die informatie heeft doorgespeeld naar de politie, dan ligt de stap naar het TCI voor de hand.”
“Uiteraard is het vrijwillig om met het TCI in gesprek te gaan. Het is echter niet vrijblijvend. Tijdens het intakegesprek bespreken de runners zogenaamde werkregels met de informant. Zo mag een informant niet zelf betrokken zijn bij hetgeen waarover hij of zij informatie met ons deelt. Ook mag een informant zelf geen strafbare feiten plegen om aan informatie te komen. Een informant dient zich te houden aan deze afspraken anders wordt de samenwerking direct gestopt.”
“Zodra iemand aangeeft iets anoniem te willen delen wat gaat over de zware georganiseerde criminaliteit, laat diegene meteen contact opnemen met het TNI of met de wijkagent. Vraag niet door en bespreek de casus niet in een MT of ander overleg. Hoe meer mensen ervan afweten, des te lastiger wordt het voor het TCI om de afscherming te waarborgen.
Overigens is het belangrijk om te vermelden dat ook de Rijksrecherche een Team Criminele Inlichten heeft. Met hen kan contact worden opgenomen als er informatie is over ambtelijke corruptie. Het maakt overigens niet uit waar iemand zich als eerste meldt. Uiteindelijk komt de informant bij de juiste organisatie terecht, die allemaal op dezelfde wijze werken.”
“Bij Meld Misdaad Anoniem (M.) ben je anoniem, onbekend. Bij het TCI weten we met wie we spreken maar is je identiteit afgeschermd. Bij het TCI kun je terecht met informatie die gaat over de zware georganiseerde criminaliteit. Betreft het bijvoorbeeld een melding over een schuur met tien gestolen fatbikes, dan is het advies om hiervoor M. te bellen.”
“In complexe situaties kan het beter zijn om met het TCI te spreken. In een gesprek kan iemand nu eenmaal meer informatie kwijt dan aan de telefoon of via een formulier.
Het komt wel eens voor dat een melding via M. voor de politie net te weinig handvatten biedt om haar bevoegdheden in te zetten om de melding op te pakken. Het is niet mogelijk om de melder terug te bellen met een aanvullende vraag omdat onbekend is wie er heeft gebeld. Bij het TCI kunnen we de informant opnieuw contacten als er aanvullende vragen zijn.”
“Gemeenten zouden nog meer kunnen inzetten op awareness. Iedereen die werkzaam is in een gemeentehuis moet snappen dat zij interessant zijn voor criminelen. Dit betekent dat ze vroeg of laat op slinkse wijze benaderd kunnen worden voor het doen van een dubieus klusje. Denk hierbij aan iets opzoeken in een systeem of zorgen dat er een vergunning wordt afgegeven. Iemand kan ook benaderd worden op de padelclub, in de voetbalkantine of tijdens het wandelen met de hond. Het is belangrijk dat medewerkers signalen herkennen, een handelingsperspectief hebben en hier weerbaar in worden.”
Team Nationale Inlichtingen (TNI)
088-661 77 34
TCI Rijksrecherche
088-699 53 05