Regie voeren betekent ook coördineren zonder hiërarchie, sturen via informele macht. In strategie, beleid en operatie gebruiken we die term vaak, maar in het werkveld benoemen we nog onvoldoende wie die regisseur eigenlijk is. Het is makkelijk om naar elkaar te kijken, zodat de verantwoordelijkheid versnipperd is.
Daarbij ontstaan discussies over bestuurlijke regievoering versus ambtelijke regievoering of het krachtenveld hierin. Tegelijkertijd groeit gelukkig het besef dat ondermijning geen exclusieve portefeuille van de burgemeester is. Bestuurlijk bezien is het steeds vaker een collegeverantwoordelijkheid. Dat besef is nog niet overal uitgekristalliseerd, hopelijk krijgt dit de komende jaren verder vorm.
En dan blijft de vraag wie ambtelijk de regie voert. Is dat de projectleider ondermijning? De beleidsadviseur? De OOV’er? Handhaving en toezicht? Of juist iemand vanuit het sociale domein? Of kunnen we leren van de praktijk van crisisbeheersing? Daar wordt, afhankelijk van de aard en omvang van de situatie, op- of afgeschaald binnen een GRIP-structuur. De inhoudelijke kennis en operationele expertise bevinden zich veelal binnen het ambtelijk apparaat, terwijl het bestuur vanuit politieke overwegingen en belangen de regie wil, en soms ook moet, houden. Dat spanningsveld zien we ook terug bij GRIP 3- en GRIP 4-situaties, waar bestuurlijke besluitvorming onder druk kan plaatsvinden en emoties een rol gaan spelen (vanuit lokale of bovenlokale belangen). Alleen met strakke, vooraf vastgelegde, protocollen is het mogelijk dat ambtelijke regievoering namens het bestuur effectief en consistent wordt uitgevoerd. Het zou zinvol zijn dit verder uit te werken om meer duidelijkheid te krijgen over regievoering en over wie het initiatief neemt bij toenemende complexiteit in de aanpak van ondermijning.
In de filmwereld is het duidelijk geregeld. Daar heb je regisseurs. De beste regisseurs hebben een duidelijke visie op wat zij optimaal tot uiting willen laten komen op het filmdoek. Ze kunnen goed luisteren, sturen vaak informeel en zorgen ervoor dat acteurs in hun kracht komen. In combinatie met techniek en vakmanschap spat het resultaat van het scherm. We selecteren films zelfs op naam van de regisseur; het is een kwaliteitskenmerk geworden.
Wie zijn dan lokaal de regisseurs van ondermijning? Of wie is momenteel het nationale boegbeeld dat de regie voert op het dossier ondermijnende criminaliteit? Welke regievoerder van de nationale aanpak en weerbaarheid kunnen we nomineren met een Oscar voor beste regisseur? Landelijk vind ik dat ingewikkeld en lokaal zijn er echte aanpakkers. Of het de beste regisseurs zijn, moet nog blijken. Misschien hebben we die regie niet nodig. Als alle stakeholders altijd doen wat ze moeten doen, loopt het dan vanzelf vlekkeloos en is regievoering helemaal niet nodig? De vraag is of dat daadwerkelijk het geval is. De partij met de beste kaarten zet op het juiste moment deze kaarten in. Een regisseur stimuleert dat proces en haalt het beste uit iedere speler. En daar hebben we nog wel wat te winnen. Hoe zou je dan de regie kunnen pakken? Wat mijn betreft kan dat op drie elementen:
Regievoering op het vermogen om afspraken om te zetten in concrete acties: het doen. Dit is effectief sturen op afspraken en het inzetten van concrete acties om resultaat te bereiken. Uiteraard is het hebben van mandaat en bestuurlijke rugdekking cruciaal. Degene die de regie voert dient een proactieve houding in regievoering te hebben. Denk aan het bewaken van de voortgang, het stimuleren van acties en het realiseren van tastbare resultaten. En zorgen dat iedere betrokkene in zijn kracht komt te staan.
Informatie is het fundament van een effectieve aanpak van ondermijning. Regie op dit vlak betekent zorgen voor een heldere informatiestructuur: wie ontvangt welke informatie, wat gebeurt er met informatie over acties, hoe worden resultaten gedeeld en hoe wordt tijdig bijgestuurd? Goede regievoering op informatie resulteert in betrouwbare en actuele informatie, waardoor je zorgvuldigere besluiten kunt nemen. Ook bij het opschalen en afschalen van specifieke acties. Tip: maak in de praktijk gebruik van een ‘wie mag wat’-matrix om inzichtelijk te maken welke partijen bevoegd zijn bepaalde informatie te hebben en informatie uit te wisselen. Dit bevordert transparantie, voorkomt onduidelijkheid en versterkt het vertrouwen tussen partners onderling.
De derde pijler van regievoering betreft het benutten van relevante kennis en expertise. Dit kan juridische, beleidsmatige, wetenschappelijke of praktijkkennis zijn. Regie op kennis houdt in dat er actief gestuurd wordt op het vergaren, delen en toepassen van kennis om de aanpak van ondermijning te versterken. Denk aan het benutten van inzichten uit criminologie, victimologie, bestuurskunde, verschillende rechtsgebieden maar ook praktijkervaring van andere stakeholders. Het mooiste is dat je ook zelf de regie kunt pakken en niet altijd op een ander hoeft te wachten.