meiden ondermijnende criminaliteit

Van slachtoffer naar dader

De onzichtbare rol van meiden in (ondermijnende) criminaliteit

LinkedIn
X
Facebook
WhatsApp
Meiden spelen vaak een onopvallende rol binnen (ondermijnende) criminaliteit. In de schaduw faciliteren zij criminele netwerken, gedreven door afhankelijkheid, manipulatie en een gebrek aan veilige alternatieven. Achter deze vormen van criminaliteit schuilen verhalen van kwetsbaarheid, loyaliteit en grensoverschrijding.

We gaan in gesprek met Rosie Best, ervaringsdeskundige in loverboyproblematiek en detentie. Rosie deelt haar persoonlijke ervaringen en laat zien hoe je verstrikt raakt in een wereld waar je eigenlijk niet in wilt zitten. Tegelijkertijd geeft zij inzichten in signalen die professionals kunnen oppikken en wat wél helpt in contact en hulpverlening.

Kun je beschrijven hoe jouw persoonlijke ervaringen met loverboy-problematiek zijn ontstaan?

“Dat begint eigenlijk al in mijn kindertijd. Door de opkomst van drugs eind jaren 60 en de verslaving van 3 siblings ben ik op 8-jarige leeftijd zonder ouders naar Nederland gestuurd, ik verbleef bij familie. Na twee jaar zag ik mijn moeder weer en daarna mijn vader één keer per jaar tijdens een vakantie. Mijn vader zorgde dat ons welzijn op de eerste plaats kwam, alleen was in 1969 een emotionele band met je kind niet de allerbelangrijkste vereiste van een vader. Ik heb dus niet lang genoeg de liefde en de respectvolle relatie tussen mijn ouders kunnen ervaren, omdat ik uit het gezin ben gerukt. Volgens mijn psycholoog is dit cruciaal om een goed fundament te leggen. Toen ik ongeveer 16 -17 jaar was, kwam mijn vader gepensioneerd naar Nederland. Ik was al rebels en seksueel actief.

Toen ik in de veertig was, miste ik iets in mijn leven. Ik had alles, een vaste baan, geweldige tienerdochters, een huis en een auto. Alleen had ik niet geleerd eerst intern te kijken en mij af te vragen wat ik miste en of ik zelf de leegte kon opvullen. Ik heb mij op een datingsite ingeschreven en kwam hem tegen. Hij manipuleerde en intimideerde mij geestelijk. Het sloop erin, de grens tussen slachtoffer en dader is heel dun. Je durft niet meer je mening te geven om ruzie te vermijden, je doet toch wat de ander wil omdat je bang bent voor represailles, ondanks dat het een strafbaar feit kan zijn. Ik was te angstig om hulp te vragen, wat ertoe leidde dat ik in de gevangenis belandde.”

“Ik was te angstig om hulp te vragen, wat ertoe leidde dat ik in de gevangenis belandde.”

Hoe kijk je nu terug op die periode en in hoeverre denk je dat dit heeft bijgedragen aan jouw latere rol als ervaringsdeskundige?

“Ik kijk er met gemengde gevoelens op terug, omdat er naast de slachtoffers, andere slachtoffers zijn gevallen. De gevolgen van die periode hebben zoveel gekost: tijd met mijn kinderen, de eerste stappen van mijn oudste kleindochter, er niet kunnen zijn voor mijn dochters, mijn vaste baan, ontzettend veel geld, het vertrouwen van mijn kinderen en in mezelf, het steeds weer opnieuw

moeten solliciteren, mijn respect en zelfliefde, gevoel van veiligheid, mensen opnieuw leren vertrouwen. Toch ben ik ervan overtuigd dat alles met een reden gebeurt, God heeft mij niet zo ver laten komen om niets met mijn zwarte bladzijde te doen. Het kan ongebruikt ‘op een plank blijven liggen’ of ik kan het gebruiken om anderen te helpen. Ik bepaal nu zelf in welke mate deze zwarte bladzijde mijn leven mag beheersen.”

Wat zijn volgens jou de grootste misverstanden over meiden die verstrikt raken in loverboy-situaties en uiteindelijk wellicht criminaliteit?

“Mensen denken dat het alleen jonge meiden overkomt, ik was al in de 40. En nog steeds vallen kwetsbare volwassen vrouwen voor de charmes van een mensenhandelaar, loverboy, groomer, Romeo pimp. Geef het een naam. Misbruik en trauma’s die op jeugdige leeftijd zijn ontstaan, kunnen zich ook op latere leeftijd manifesteren. Het zijn niet alleen meiden uit gebroken gezinnen, of van ouders die allebei werken, of kinderen met een beperking. Ouders die zelf als kind iets traumatisch hebben meegemaakt of een te strenge opvoeding zijn ontvlucht, zullen hun kinderen té vrijlaten of de teugels niet strak aantrekken wanneer nodig.

Er zijn ook meiden en vrouwen die niet kunnen voldoen aan de hoge eisen van hun ouders en samenleving en zich daartegen verzetten. Laten we eerlijk zijn, sommige kinderen worden aan hun lot overgelaten omdat ouders ze soms als een ‘blok aan hun been beschouwen’. Sommige ouders zijn niet meer begaan met hun kinderen en zijn té veel met zichzelf bezig. Als de kinderen geen connectie of geborgenheid met hun ouders voelen, zullen ze eerder bepaalde gesprekken met hun ‘straatfamilie’ voeren waar wel een soort van verbinding aanwezig is. Ze hebben niets te verliezen, want thuis is in hun ogen niets waardevols om op terug te vallen.”

“Als de kinderen geen connectie of geborgenheid met hun ouders voelen, zullen ze eerder bepaalde gesprekken met hun ‘straatfamilie’ voeren waar wel een soort van verbinding aanwezig is.”

Welke red flags waren er vroeger in jouw situatie die je zou willen meegeven aan professionals en jongeren?

“Gedragsverandering en stemmingswisselingen zijn het meest herkenbaar. Tot dit gebeurde, heb ik nog nooit iemand van dichtbij meegemaakt die binnen drie seconden van lief naar psychopaat/ narcist kon veranderen. Nadat ik hem ontmoette, veranderde ik van een badass moeder in een onderdrukt persoon voor de ogen van mijn kinderen.

Een identiteitsverandering sluipt er langzaam in: het begint met het afkeuren van kleding tot het kopen van cadeaus met een sexy karakter, zoals leder enkellaarzen met stilettohak. In mijn situatie was hij extreem jaloers over de hechte band met mijn dochters. Het ging zelfs zo ver dat hij leugens verzon om mijn oudste dochter in kwaad daglicht te stellen, waardoor ik haar uit huis heb gezet. Het waren sluwe manieren om mij te isoleren.

Een psychopaat weet precies hoe hij anderen moet bespelen en welke rol hij moeten vervullen om de situatie naar zijn hand te zetten. Alles moet hiervoor wijken. Mijn advies: let op gedragsverandering van (mogelijke) slachtoffers, elk klein detail kan een signaal zijn dat er iets niet pluis is. Vanuit schaamte en angst hield ik het verborgen en kon er geen passende oplossing gezocht worden. Dit fenomeen heet Shame Shields Solutions en komt in veel situaties voor.”

Hoe ziet de rol van meiden in (ondermijnende) criminaliteit er in de praktijk uit?

“Meiden werken meer op de achtergrond en oefenen geen druk uit, zoals een loverboy of uitbuiter doet. Ze worden zelf (onzichtbaar) gemanipuleerd, maar kunnen dit enigszins onderdrukken door hun rol als contactpersoon met instanties en als ronselaar. Ze weten maar al te goed wat ze moeten zeggen tegen instanties en kwetsbare meisjes om te zorgen dat ze zwichten voor hun vrouwelijke charmes. Vrouwelijke ronselaars zijn zelf ook slachtoffer (geweest) en kennen precies de klappen van de zweep en gebruiken die kennis om ervoor te zorgen dat ze bijvoorbeeld zelf niet (meer) in de prostitutie hoeven.”

“Mijn verhaal kan breed ingezet worden, want het gaat niet alleen over loverboys. Het gaat er met name om hoe je aan jezelf werkt om je leven weer op de rails te krijgen.”

Je geeft gastlessen aan onder andere jongeren en jongvolwassenen. Wat kunnen zij leren van jouw verhaal?

“Mijn verhaal kan breed ingezet worden, want het gaat niet alleen over loverboys. Het gaat er met name om hoe je aan jezelf werkt om je leven weer op de rails te krijgen. Welke tools en kwaliteiten kun je gebruiken om weer controle over je leven te krijgen en om uit een benarde situatie te komen, zoals een slechte toxische relatie. Maar vooral, hoe kan je zelf in actie komen. Het gaat daarbij om je WHY: hoe blijf je positief, gedisciplineerd en gemotiveerd om iets van je leven te maken. Want laten we eerlijk zijn, een ander gaat het niet voor je doen.”

Welke knelpunten zie je als het gaat om de aanpak van loverboy-problematiek en meidencriminaliteit?

“Om een probleem op te lossen, moet eerst de oorzaak aangepakt worden. Daarnaast is er vaak geen budget, te weinig personeel, lange wachtlijsten en professionals die denken het te weten maar zich weinig inleven in het slachtoffer. Je kan als professional niet zeggen: ik weet wat je voelt, tenzij je hetzelfde hebt meegemaakt. Als je het dan toch zegt, kom je fake over, slachtoffers voelen dit.

Daarnaast ervaar ik dat deze problematiek niet als ernstig genoeg ervaren wordt. Ik heb zoveel scholen hier in mijn regio benaderd voor een voorlichtingsworkshop of gastles. Als antwoord hoor ik: “Er is geen budget of het is niet belangrijk genoeg om er budget voor vrij te maken.” Eigenlijk is dit onbegrijpelijk, omdat de schadelast voor de samenleving veel meer is als er steeds meer kinderen in de criminaliteit belanden. Wat dacht je van de proceskosten, detentie, onderhoud tijdens detentie, geestelijk en fysiek herstel, uitkering na detentie, begeleiding van (ex-)gedetineerde en hun achterblijvers. Allemaal om recidive te voorkomen. Reken maar uit!”

Welke fouten maken instanties volgens jou het vaakst in de benadering van deze slachtoffer- en daderdoelgroep?

“Vaak gaat het slachtoffer niet vrijwillig met criminelen om, meestal is het een noodkreet van een dieperliggend probleem, een hulproep naar ouders of verzorgers of om zich te verzetten tegen onbegrip en alles wat gezag uitstraalt. Slachtoffers worden vaak in een hokje geplaatst of gelabeld zonder dat er echt gekeken en geluisterd wordt waarom zij zo’n keuze maken.

Door te luisteren zonder te oordelen bereik je veel meer en voelt het slachtoffer zich gehoord, gezien en serieus genomen. Wanneer je een hand toereikt zullen sommigen die aannemen als ze voelen dat het gemeend is. En dus niet vanuit een functie of instantie, maar van mens tot mens.

Daarnaast hebben maar weinig instanties mij na mijn detentie geholpen, alleen Agros Purmerend. Zij hebben gezorgd voor een fiets, zodat ik mobiel was, bemiddeld voor vrijwilligerswerk en daarna een baan bij een callcenter geregeld. Ik ben letterlijk in een zwart gat terechtgekomen en moest het zelf doen. Overigens had een collega ervaringsdeskundige tijdens zijn detentieperiode een casemanager die écht in hem geïnteresseerd was. Hierdoor heeft hij nu een succesvol bedrijf om jongeren meer perspectief te bieden. Zo kan het dus ook.”

Hoe kunnen professionals signalen beter herkennen zonder meteen te oordelen of te criminaliseren?

“Ouders zeggen vaak: “Mijn kind doet zoiets niet”. Maar een kat in het nauw maakt rare sprongen. Als ouder kan je niet met 100% zekerheid je hand in het vuur steken voor je kind. Je wilt graag geloven dat je kind zoiets niet doet, maar je bent niet 24/7 bij je kind. Professionals adviseer ik om zich te proberen in te leven, de andere persoon te zien als mens, zich in de situatie te verdiepen. Generaliseer niet, wees respectvol en luister, dan pas zal de ander zich meer openstellen om met je te praten. Met vingerwijzen of dreigen bereik je niets. Wees positief en probeer met de ander in contact te komen. Laat altijd weten dat je bereid bent te luisteren en je altijd klaarstaat om eventueel te helpen.”

Wat is effectieve preventie bij meiden volgens jou: waar zit de sleutel?

“Tegenwoordig zijn in veel gezinnen beide ouders niet aanwezig. Sommige ouders hebben twee pet ten op. Hierdoor krijgen kinderen niet de juiste begeleiding van een vader- of moederfiguur mee. De ouder werkt zich een slag in de rondte om alles draaiend te houden en is gewoon uitgeput om nog brandjes te blussen. Wat in mijn ogen belangrijk is tijdens de opvoeding van een jong meisje is dat zij ervaart hoe een gezonde en respectvolle relatie tussen man en vrouw (of deze boeken en video’s gehad, omdat ik vroeger geen vader-dochtergesprek heb gehad. In deze boeken staan veel valkuilen, waarin ik ben getrapt. Bij mij gaan nu meteen alarmbellen af als ik deze signalen zie.”

Als je professionals binnen gemeenten één concrete aanbeveling zou mogen meegeven om de aanpak van deze problematiek te verbeteren, wat zou dat dan zijn?

“Maak budget beschikbaar. Wat mij is overkomen, kan iedereen overkomen. Het is niet afhankelijk van leeftijd, cultuur/ras, inkomen, achtergrond, woonplaats of geslacht! Stel het Educatief Programma Jongeren (EPJO) van de Peter Faber Stichting verplicht door heel Nederland, voor kinderen van 11 tot 18 jaar, en ouders. Scholen krijgen per kind jaarlijks budget voor voorlichting en workshops, en zouden eigenlijk door de overheid verplicht moeten worden om aandacht aan deze problematiek te besteden. Jongeren zijn onze toekomstige leiders, daarom is het iedere euro waard om in hen te investeren.”

“Tegenwoordig zijn in veel gezinnen beide ouders niet aanwezig. Sommige ouders hebben twee petten op. Hierdoor krijgen kinderen niet de juiste begeleiding van een vader- of moederfiguur mee.”