kunstcriminaliteit Van Gogh

Nuenen, kunst­criminaliteit en van Gogh

LinkedIn
X
Facebook
WhatsApp
Van Gogh groeide op in Brabant en woonde van eind 1883 tot 1885 bij zijn ouders in Nuenen, waar hij inspiratie putte uit het dorpse boerenleven. Hij wilde in zijn schilderijen de authenticiteit van dat harde bestaan vangen. “De mensen die uit de schotel aten, hadden met dezelfde handen de aarde omgespit,” schreef hij beeldend aan zijn broer Theo. Zijn boerentaferelen moesten bijna ruiken naar spekvet, rook en aardappelstoom. Van Gogh vereeuwigde een eenvoudig boerengezin rond de dampende aardappelschotel in zijn eerste grote groepsstuk De aardappeleters (1885). Het landleven was in de 19e eeuw voor arme gezinnen immers volledig afhankelijk van de aardappeloogst. De ‘erpel’ was het dagelijkse hoofdvoer in Brabant.

Aantrekkelijke doeken in de onderwereld

Van Goghs Brabantse periode staat de laatste jaren steeds meer in de schijnwerpers in Nuenen. Daar ontstonden namelijk een paar van zijn meest persoonlijke werken en, ironisch genoeg, ook de schilderijen die ruim een eeuw later het doelwit werden van internationale kunstcriminaliteit. Deze kunstroven tonen een schaduwzijde van de waardering voor Van Gogh: zijn doeken zijn niet alleen museumstukken, maar ook begeerde objecten in de onderwereld.

Tussen 1988 en 2023 zijn vier Van Gogh-werken met Nuenense herkomst gestolen:

  • De aardappeleters (in 1988 gestolen in Otterlo, later teruggevonden)
  • Het uitgaan van de Hervormde kerk te Nuenen (in 2002 gestolen uit het Van Gogh Museum, in 2016 teruggevonden bij de Italiaanse maffia)
  • Vrouw zittend bij het vuur, aardappelen schillend (in 2013 gestolen uit het Van Buuren Museum in Brussel, nog altijd vermist)
  • Lentetuin, de pastorietuin te Nuenen (in 2020 gestolen uit Singer Laren, in 2023 teruggevonden dankzij kunstdetective Arthur Brand)

 

De roof uit het Van Gogh Museum in Amsterdam in 2002 is het meest berucht. In de vroege ochtend van 7 december klommen twee dieven met een ladder naar het dak van het museum en sloegen met een moker een raam in. Binnen enkele minuten wisten zij twee relatief kleine, maar kostbare doeken te bemachtigen: Zeegezicht bij Scheveningen (1882) en Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen (1884/85). De waarde van deze schilderijen werd geschat op tientallen miljoenen euro’s. Hoewel de politie de twee daders later kon aanhouden, ontbrak van de schilderijen ieder spoor.

Pas na veertien jaar ontdekte de Italiaanse financiële politie bij een grootschalig onderzoek naar de Napolitaanse maffia (Camorra) de twee schilderijen, verstopt in een huis bij Pompeï. De doeken werden teruggevonden zonder lijst, maar verder in redelijk goede conditie.

Het uitgaan van de Hervormde kerk te Nuenen

Dat juist de Hervormde kerk van Nuenen een van de geroofde onderwerpen was, maakt deze zaak extra bijzonder. Van Gogh had dit kleine schilderij begin 1884 voor zijn moeder gemaakt. Het toont de dorpskerk waar zijn vader dominee was. Na het overlijden van zijn vader in 1885 paste Vincent het werk zelfs aan: hij schilderde er rouwdragende kerkgangers bij, vrouwen met zwarte omslagdoeken op de voorgrond, waarschijnlijk als eerbetoon aan zijn vader. Daarmee heeft dit schilderij een grote emotionele waarde binnen Van Goghs oeuvre, aldus het Van Gogh Museum.

In 2020 werd het schilderij Lentetuin, de pastorietuin te Nuenen gestolen. De dader forceerde de glazen toegangsdeur met een zware voorhamer en verdween binnen enkele minuten met het kostbare paneel onder zijn arm. De roof was extra wrang, omdat het werk niet eens eigendom was van Singer Laren: het Groninger Museum had het in bruikleen gegeven, speciaal voor een tentoonstelling. Het was het enige schilderij van Van Gogh in hun collectie, ooit in 1962 geschonken aan de gemeente Groningen. Met afmetingen van slechts 25 bij 57 cm is Lentetuin weliswaar een bescheiden paneel, maar de symbolische waarde is groot: het toont de tuin van de Nuenense pastorie waar Van Gogh woonde en het stamt uit dezelfde periode als De aardappeleters.

De diefstal van de Lentetuin haalde wereldwijd het nieuws. Al snel vermoedden kunstexperts en politie dat dit werk, net als de eerder geroofde Van Goghs, weleens in handen van georganiseerde criminelen kon belanden. Die vrees bleek gegrond. Uit onderschepte communicatie bleek dat het schilderij was beland bij een criminele organisatie, vermoedelijk een drugsbende, die het wilde inzetten als ruilmiddel voor strafvermindering.

Artnapping

Criminelen stelen kunstwerken met grote cultuurhistorische waarde en gebruiken deze als gijzelobject om losgeld of andere gunsten af te dwingen. De gestolen kunst dient daarbij als ruilof onderhandelingsmiddel. Zo had een kopstuk van de Italiaanse maffia de werken van Van Gogh met het doel om, in het geval van arrestatie, strafvermindering te kunnen bedingen.

“Het topstuk de Lentetuin werd in 2023 bij kunstdetective Arthur Brand thuis bezorgd in een versleten IKEA-tas.”

Al in april 2021 onthulde Arthur Brand, bijgenaamd ‘de Indiana Jones van de kunstwereld’, dat de Lentetuin in handen was van de beruchte drugscrimineel Peter Roy K., een transportondernemer uit Amersfoort die verdacht wordt van grootschalige cocaïnesmokkel en wapensmokkel. Uit gekraakte, versleutelde berichten bleek dat hij over de Van Gogh beschikte. In september 2023 wist Arthur Brand het schilderij uiteindelijk te bemachtigen na lange, geheime onderhandelingen. Een tussenpersoon, die zelf niet bij de oorspronkelijke diefstal betrokken was, durfde het topstuk terug te bezorgen in een versleten blauwe IKEA-tas.

Gewilde buit

De twee Nuenense Van Goghs (het kerkinterieur en de pastorie-tuin) zijn gelukkig terug bij de musea. Maar hun omzwervingen in de onderwereld staan niet op zichzelf. In bredere zin geldt dat kunstwerken van Van Gogh tot de meest gewilde buit behoren bij kunstdieven. De combinatie van wereldfaam, astronomische waarde en de relatieve draagbaarheid van zijn doeken maken Van Goghs oeuvre al decennia tot een doelwit.

Waarde van de illegale kunsthandel

Volgens internationale schattingen vertegenwoordigt de illegale kunsthandel een omzet van 7 à 8 miljard euro per jaar. Het is na drugs en wapens de derde inkomstenbron van de georganiseerde misdaad. Gestolen kunst is compact, moeilijk te traceren en kan dienen als onderpand of drukmiddel. In de praktijk betekent dat: één Van Gogh van tien miljoen euro op de legale markt is in de onderwereld nog één miljoen waard.

Praktijktip

Scan tijdens toezicht- of opsporingshandelingen ook aanwezige kunstwerken. Maak gebruik van de app Art-ID om werken snel te identificeren en te controleren op registratie, diefstalmeldingen of echtheid. Zo kun je in één handeling signalen van kunstroof of heling herkennen.

Wil je beter leren waarnemen, inzicht krijgen in kunstcriminaliteit én weten wat je in de praktijk kunt doen? Volg dan de workshop Kijk op Kunst en Criminaliteit: een unieke workshop waarin wordt gewerkt met de trainingsbox Kijk op Kunst en Criminaliteit. Het betreft een didactisch programma dat meesterlijk gereproduceerde Rembrandt- fragmenten combineert met actuele kennis over georganiseerde misdaad en ondermijning. In de workshop leer je hoe je symboliek en details waarneemt, een essentiële vaardigheid binnen toezicht, handhaving en opsporing.

“Illegale kunsthandel is na drugs en wapens de derde inkomstenbron van de georganiseerde misdaad.”

De trainingsbox bevat 50 schilderfragmenten, een handgemaakte kijkdoos (Eregalerij van Rembrandt) en casusmateriaal over kunstroof, artnapping en witwaspraktijken via kunst. De workshop is onmisbaar voor professionals in veiligheid, toezicht en recherche die willen leren kijken voorbij de oppervlakte.

Interesse? Neem contact op voor meer informatie of het boeken van een workshop via jeroen@goudtrainingen.nl.

Dit artikel is gebaseerd op De gestolen Van Goghs van Lex Boon, het Basisboek Ondermijning van Jeroen Bakker en publicaties van het Van Gogh Museum.