“Er zijn netwerken in de zorg actief die van gemeente naar gemeente trekken. Omdat gemeenten vooraf onvoldoende checken met wie ze zakendoen, zien ze de verbanden tussen diverse zorgaanbieders niet. Daarnaast zijn zorg en vastgoed nauw met elkaar verweven. Ook daar wordt nog onvoldoende naar gekeken. Gemeenten kunnen indirect via onderaannemers van grote zorginstellingen zakendoen met zorgcriminelen. Het is belangrijk dat gemeenten daar goed zicht op houden. Dat geldt ook voor de bemiddelingsbureaus die zorgbedrijven inzetten om aan personeel te komen.”
“Dat het toch wel allemaal mee zal vallen. Gemeenten hebben een groot vertrouwen in zorgaanbieders en willen graag een partnerschap aangaan. Contractmanagers willen graag een goede relatie onderhouden met zorgbedrijven. Het gevaar is dat je daardoor niet alert genoeg bent om door de dubbele agenda heen te prikken. Een gezond wantrouwen zou goed zijn, zodat je weet wat voor vlees je in de kuip hebt.”
“Dat zijn diverse momenten geweest. Er gebeuren helaas schrijnende situaties in de zorg. Kinderen die te pas en te onpas naar de grond gewerkt worden door zzp’ers waarvan de vraag is of ze wel een diploma hebben. Kinderen die niet de zorg krijgen die ze nodig hebben, maar waar vooral macht wordt uitgeoefend. En cliënten die onnodig overlijden in de zorg, omdat de zorg te licht is of niet aansluit bij wat iemand nodig heeft. Verder vond ik het schokkend om te ontdekken dat een grote drugscrimineel personeel mocht leveren op de zwaarste jeugdzorgafdeling.”
“Gemeenten checken nog steeds niet alle jaarrekeningen en bedrijfsstructuren. Daar kun je duidelijke signalen uit halen aan de hand waarvan je concrete vragen kunt stellen. Daarnaast wordt de wet Bibob nog nauwelijks toegepast. De Bibobtoets is een goed instrument om zorgbestuurders te screenen en om malafide zorgaanbieders aan de voorkant te weren. Daarnaast stappen we nog maar weinig binnen bij zorgaanbieders om te kijken hoe de cliënten erbij zitten en hoe ze de zorg ervaren. Of om te kijken of de dagbesteding waar je voor betaalt ook echt bestaat en bezocht wordt. Daarnaast is het belangrijk om te luisteren naar cliënten. Zij zijn de enige die weten of en hoe vaak de zorg is geleverd.”
“Er is vaak nog geen integrale aanpak van zorgfraude. Dat begint al bij het beleidsplan en de contractvoorwaarden. Alles wat je aan de voorkant niet goed vastlegt, kun je aan de achterkant niet controleren. Toezichthouders hebben tools nodig om hun werk uit te kunnen voeren. Als er een gebrek aan heldere regels aan de voorkant is en er geen screening aan de poort is, dan is het dweilen met de kraan open. En je kunt wel een meldpunt hebben, maar welke weg legt een signaal af en welk vervolg wordt hieraan gegeven? Blijft het ergens in de vele schakels liggen of wordt er effectief gehandhaafd? Alle afdelingen van inkoop, toegang, contract, tot aan beleid en toezicht hebben elkaar nodig om zorgfraude effectief aan te kunnen pakken.”
“Het ontbreekt vaak aan heldere regels. Zo zijn er gemeenten die resultaatgericht werken of met vaste maandbedragen bij 24-uurszorg. Als het ontbreekt aan heldere afspraken, is hier niet of nauwelijks op te controleren. Dit heeft al meerdere vrijspraken opgeleverd. Dus je kunt wel denken dat iets niet pluis is, maar je zult aan de voorkant de voorwaarden zo moeten inrichten dat je dat niet-pluisgevoel ook hard kunt maken. Daarnaast shoppen zorgcowboys van de ene naar de andere zorgwet en van de ene naar de andere gemeente. En als je dan eenmaal beet hebt, kunnen ze ook weer het bedrijf opheffen en onder een nieuwe naam doorgaan. Dan begint je onderzoek weer van vooraf aan.”
“Ja, ze zijn heel slim en lopen al tien stappen voor. Als wij een trucje hebben achterhaald en daarop alles dicht gaan timmeren, hebben zij alweer iets nieuws bedacht. Het is een kat- en muisspel. En het probleem is dat we op alle fronten een gebrek aan capaciteit hebben om ze aan te kunnen pakken. Los nog van de zware bewijslast die er is. Zo zijn er regelmatig vrijspraken in zaken met valse diploma’s, omdat lastig te bewijzen is wie het valse diploma heeft geregeld: de zzp’er of het bemiddelingsbureau. Hier is ook een hiaat in het toezicht. Er zijn strafrechtelijke onderzoeken die al meer dan vijf jaar lopen.”
“Cliënten zijn kwetsbaar. Ze zijn te manipuleren en kunnen onder druk worden gezet. Ik heb zelf nog niet meegemaakt dat cliënten bijvoorbeeld hennep moeten toppen, maar die verhalen zijn wel bekend. Wel heb ik ervaring met cliënten die van de ene zorgcowboy naar de andere overgaan en weer terug. Een cliënt is tienduizenden euro’s waard, dus die willen ze graag binnenhalen. Om te voorkomen dat ze klagen, kan er gedreigd worden dat ze op straat komen te staan als ze gaan praten. Dit zorgt ervoor dat niet iedereen aan de bel durft te trekken. Cliënten hebben vaak geen zicht op hoeveel zorg er geleverd zou moeten worden. En als ze wel durven te klagen, weten ze de weg niet altijd te vinden. Er kan ook gedreigd worden om kinderen uit huis te plaatsen. Dat is een zware mentale druk, waardoor niet iedereen durft te melden. Dus als er een signaal binnenkomt bij de gemeente, neem dit serieus. En luister vooral goed naar het verhaal achter het signaal.”
“Ik zou pleiten voor een landelijke toegang voor zorgaanbieders, waarbij je als zorgbedrijf door een landelijke screening moet komen. Daarbij landelijke tarieven hanteren, zodat je niet 342 keer het wiel moet uitvinden en zorgaanbieders minder tijd kwijt zijn aan het oerwoud van productcodes. Een andere manier is om tarieven te differentiëren, waardoor het niet meer zo winstgevend is om zorg te verlenen. Gemeenten moeten stoppen met dure maatwerkcontracten en het blind plaatsen van kinderen zonder dat je weet waar een kind terechtkomt en wie er aan het bed staan. En natuurlijk beter zicht houden op de kwaliteit van het personeel. Het belangrijkste is om ervoor te zorgen dat je van de voorkant tot de achterkant alle stappen in het proces hebt ingeregeld, zodat je in actie kunt komen zodra het nodig is en effectief kunt handelen. Daarnaast zou ik zorgen dat de cliënt een grotere rol krijgt in de aanpak van zorgfraude en dat deze in veiligheid wordt gebracht zodra dat nodig is. Gemeenten moet het probleem serieus nemen en daarnaar handelen.”
“Het komt nog te vaak voor dat gemeenten blind een contract aangaan met zorgbedrijven, zonder enige screening en zonder heldere voorwaarden en afspraken. En gezond vertrouwen omdraaien in gezond wantrouwen. Want voorkomen is beter dan genezen.”
“Ik denk dat we zorgcriminaliteit al te veel hebben laten voortwoekeren. Door een gebrek aan regie, samenwerking, capaciteit en lef kunnen criminele bedrijven al jaren hun gang gaan. Alleen een strenge toegang aan de poort en het aanscherpen van regelgeving kan de criminelen nog verdrijven. Maar dan zal de politiek scherpe keuzes moeten maken. Door de vele schotten tussen instanties en de gebrekkige regelgeving is er nog een lange weg te gaan. Het begint in ieder geval bij bewust zijn van wat er aan de hand is en het erkennen dat er een probleem is. Want er zijn nog steeds wethouders die denken dat het niet speelt in hun gemeente.”
“In het veld kom je onder zorgbestuurders notoire leugenaars tegen. Ik kan me voorstellen dat het als gemeente lastig is om daar doorheen te prikken. Het is daarom belangrijk om zoveel mogelijk bronnen te spreken en bewijzen te verzamelen. Aan de hand van openbare bronnen en interne informatie kun je een goed beeld krijgen van wat er aan de hand is. Maar nog belangrijker is om de verhalen uit de praktijk te horen. Want cliënten en (ex-)medewerkers zijn de mensen die echt weten hoe het eraan toe gaat. Daar zou veel meer naar geluisterd moeten worden. En daarnaast is het ook belangrijk om een goed onderzoeksprotocol te hebben en oog te hebben voor hoor en wederhoor. Want ook een zorgcowboy heeft recht op een goed proces en op een heldere en toetsbare uitleg van de bevindingen.”