Dit past bij wat criminologen beschrijven als het maatschappelijk inbedden van georganiseerde misdaad: het vervullen van schijnbare sociale functies om acceptatie te winnen. Denk aan drugs, wapens of illegale sigaretten tegen lage prijzen. De toegankelijkheid van verboden goederen is door georganiseerde criminaliteit vaak zeer groot. Je kunt ze eenvoudig verkrijgen via sociale mediakanalen of via knooppunten in de wijk: horecagelegenheden, avondwinkels, enzovoort. Een ander aspect waarin criminelen uitblinken is het aanbieden van spullen tegen zeer lage prijzen. Denk aan goederen waarop veel belasting en accijns rusten: sigaretten, namaakartikelen. Daarnaast benutten zij markten die slecht geregeld zijn in Nederland, zoals het afvoeren van afvalstoffen of het aanbod van schaarse woonruimte. Criminelen benutten juist gaten in regelgeving: waar de bovenwereld tekortschiet, biedt de onderwereld een alternatief. Zij profileren zich als marktleider voor alles wat verboden is, maken dure zaken goedkoper en opereren in markten die slecht geregeld zijn.
Ook in hun relaties gaan criminelen strategisch te werk. Crimeflirt® draait om het onbewust zaaien van zaadjes: criminelen wekken sympathie en vertrouwen zodat je later met een vraag naar hen terugkeert. Criminelen zetten je aan het denken over hun boodschap. Je kunt het zien als een ‘voet-tussen-de-deur’ techniek: wie eenmaal een kleine gunst accepteert, zegt later sneller ja tegen een grotere.
Ze wekken iemands vertrouwen, matchen op gedeelde interesses, komen oprecht over, nemen een pauze, zorgen dat diegene toenadering zoekt en slaan vervolgens toe. Eigenlijk volgen ze dezelfde fases als bij flirten: (1) vertrouwen, (2) interesse, (3) klik, (4) pauze en (5) actie.
De eerste stap van een crimeflirt is het winnen van vertrouwen. Dat doen criminelen slim en geleidelijk, bijvoorbeeld door te benadrukken dat ze het contact bijzonder vinden. Soms heeft het doelwit niet door dat criminelen iets van hem of haar willen weten of vragen. De interactie kan vertrouwd aanvoelen. Of iemand nu burger, toezichthouder, opsporingsambtenaar, wijkagent, Wmo-consulent of zorgmedewerker is: het begint vrijwel altijd bij vertrouwen. Een voorbeeld: een wijkagent wordt aangesproken door iemand die bewust zegt dat hij informatie alleen via die wijkagent wil melden, met woorden als: “In jou heb ik vertrouwen, maar niet in andere politiemedewerkers.” Of een crimineel zegt: “Dit vertel ik nooit…”.
De volgende fase van een crimeflirt is inspelen op iemands interesse. Dat kan op verschillende manieren. Ze praten over iets wat de ander leuk of belangrijk vindt, bijvoorbeeld huisdieren, een favoriete auto of een gerecht. Criminelen doen hun huiswerk en weten door observatie vaak meer over iemand dan diegene zelf denkt. In deze fase gebruiken ze die opgedane kennis. Uit praktijk en strafrechtelijke onderzoeken blijkt dat criminelen vaak maandenlang investeren in observeren, juist om de juiste ingang te vinden. Dit lijkt onschuldig, maar het is een bewuste strategie die we ook terugzien in casussen van infiltratie bij gemeenten en sportverenigingen.
Door het winnen van vertrouwen en het delen van interesses ontstaat er een klik tussen het doelwit en de crimineel. Een crimineel kan hier slim gebruik van maken en diegene ertoe verleiden iets voor hem te doen. Criminelen zijn in deze fase meestal uiterst aardig. Sommige mensen begrijpen niet waarom anderen negatief over die persoon spreken; die aardige kant wordt door criminelen bewust ingezet wanneer het hen uitkomt. De interactie voelt gelijkwaardig en comfortabel; het lijkt alsof er een vriendschap ontstaat. In de klikfase kan ook een functioneel gezamenlijk belang ontstaan. Het verschil tussen een liefdesklik en een crimeflirt is dat bij een liefdesklik beide partijen elkaar actief willen opzoeken (bijvoorbeeld meteen je telefoon bekijken als je thuiskomt). Bij criminelen is deze actie doorgaans eenzijdig. Uit integriteitsonderzoeken blijkt dat juist dit verschil mensen vaak in verwarring brengt: de relatie voelt oprecht, maar is in werkelijkheid instrumenteel.
Nu lijkt er niets te gebeuren. De crimineel neemt vaak een pauze in het contact, zodat het doelwit geen argwaan krijgt en de onbewuste zaadjes die in de contactfase zijn geplant, kunnen ontkiemen. Als je bijvoorbeeld woonruimte nodig hebt, sigaretten voor een goede prijs of problemen met je ex hebt, kun je die crimineel bellen.
Misschien zorgt hij ervoor dat het doelwit als eerste weer begint over iets wat eerder is besproken en dan komt de crimineel in actie. Die actie wordt soms niet herkend, omdat er eerder vertrouwen en interesse is opgewekt. De crimineel regelt bijvoorbeeld woonruimte voor een student, maar zal later een wederdienst vragen; er zijn talloze voorbeelden. Bij studenten kan dit leiden tot uitbuiting, zoals betrokkenheid bij prostitutie; bij de aanschaf van illegale goederen kan worden gevraagd om mee te doen aan witwaspraktijken. Dit is een regelmatig voorkomende werkwijze: ‘gratis’ hulp blijkt vrijwel altijd de voorbode van een wederdienst.