Communicatie is een krachtig interventiemiddel. Geen oplossing op zichzelf, maar wel een noodzakelijke katalysator in het creëren van bewustzijn, vertrouwen en handelingsbereidheid. Communicatie is in deze context geen losse campagne, maar een doorlopend proces: het verbindt partners, mobiliseert burgers en maakt het optreden van de overheid zichtbaar.

Door deze drie lagen te combineren, ontstaat een structurele maatschappelijke tegenbeweging. Communicatie over ondermijnende criminaliteit vraagt om precisie. Niet iedereen hoort of begrijpt dezelfde boodschap. De ondernemer die bang is voor represailles heeft een ander handelingsperspectief nodig dan de inwoner die simpelweg niet weet wat ondermijning betekent.
Onwetenden
Mensen die niet weten wat ondermijning is en signalen niet herkennen.
Onverschilligen
Mensen die weten wat er speelt, maar vinden dat het hun probleem niet is.
Terughoudenden
Mensen die weten wat er speelt, maar terughoudend zijn in het melden van signalen.
Onwetenden bereik je met voorlichting en herkenbare voorbeelden; onverschilligen met het tonen van persoonlijk en maatschappelijk nadeel; terughoudenden met vertrouwen en anonimiteit, bijvoorbeeld via Meld Misdaad Anoniem.
Gedragsverandering speelt een cruciale rol in de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Burgers, ondernemers en instanties moeten hun gedrag aanpassen om criminele invloeden te herkennen, er weerstand tegen te bieden en signalen te melden. Dat is geen vanzelfsprekend proces. Het vraagt om bewustwording, een doordachte strategie en een aanpak die mensen motiveert om daadwerkelijk in actie te komen.
De ontwikkeling naar gewenst gedrag verloopt stapsgewijs. In de eerste fase, onwetendheid, zijn mensen zich nog niet bewust van wat ondermijnende criminaliteit is of welke gevolgen het heeft. Het is daarom belangrijk om hen te informeren met concrete voorbeelden, bijvoorbeeld via campagnes over criminele activiteiten in hun buurt.
Vervolgens ontstaat bewustzijn: mensen weten dat ondermijning bestaat, maar zien nog geen directe relevantie voor hun eigen omgeving. Hier helpt het om de problematiek te koppelen aan hun leefwereld, bijvoorbeeld door te laten zien welke veiligheidsrisico’s er in hun wijk spelen. In de fase van bezorgdheid erkennen mensen dat ondermijning een probleem is, maar weten ze niet goed wat ze zelf kunnen doen. Het bieden van handelingsperspectief is dan essentieel. Denk aan laagdrempelige manieren om signalen te melden of betrouwbare informatie over hoe men verdachte situaties kan herkennen. Wanneer mensen inzicht krijgen, begrijpen ze hun eigen rol in de aanpak van ondermijning. Succesverhalen kunnen hierbij helpen: laten zien hoe eerdere meldingen hebben geleid tot concrete resultaten vergroot het vertrouwen dat melden zinvol is.
Daarna volgt intentie. Mensen zijn gemotiveerd om in actie te komen, maar hebben een zetje nodig. Door directe mogelijkheden tot actie te creëren, zoals een duidelijk online meldpunt of een lokale contactpersoon, wordt de stap om te melden kleiner. In de fase van afstandelijk gedrag passen mensen hun gedrag al
aan, maar nog onregelmatig of met enige aarzeling. Het is belangrijk om deze betrokkenheid te belonen en te versterken, bijvoorbeeld door terug te koppelen wat er met hun melding is gebeurd of door waardering uit te spreken voor hun bijdrage. Uiteindelijk leidt dit tot geïntegreerd gedrag. Mensen handelen dan consequent en vanzelfsprekend in lijn met de gewenste houding. Het herkennen, bespreken en melden van ondermijnende signalen is dan onderdeel geworden van hun normale gedrag. Om dit niveau te behouden is voortdurende communicatie nodig. Door community building, het delen van ervaringen en het benadrukken van gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt het gewenste gedrag duurzaam verankerd in de samenleving.
In het Basisboek Ondermijning vind je alles wat je moet weten over dit onderwerp.