BOA-brein tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit

BOA-brein_Kennisartikel

7 november 2025, 16:47

Met een objectieve blik, een scherp oog voor afwijkingen en een vertrouwensband met de buurt worden buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) de beste troef in de strijd tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Een ‘breinbewuste’ toezichtsaanpak, gestoeld op gedragswetenschap, helpt bewoners over de drempel om misstanden te melden en samen de ondermijning aan te pakken en weerbaar te worden.

Breinweetje
Mensen nemen de werkelijkheid niet objectief waar: perceptie wordt namelijk gestuurd door automatische associaties en emoties. Het brein kent twee systemen:

  • Systeem 1: snel, intuïtief, emotioneel
  • Systeem 2: langzaam, rationeel, reflectief

Voor het BOA-brein betekent dit dat bewust schakelen tussen beide systemen cruciaal is. In stressvolle situaties overheerst het snelle brein, dat zoekt naar herkenning en stereotypering. Training in zelfreflectie en kennis van de werking van het brein helpt om terug te schakelen naar het rationele brein, waar feiten en context leidend zijn. Vanuit dat bewustzijn kan een boa beter signaleren, optreden en handhaven.

Inzicht in het BOA-brein
Een boa is allang niet meer enkel handhaver; de boa is getraind om zijn brein net zo goed te benutten als zijn bevoegdheden. Het concept BOA-brein draait om drie kernelementen:

  1. Objectief waarnemen: de boa observeert neutraal, scheidt feiten van aannames en herkent de invloed van zijn eigen referentiekader (opvoeding, normen, zelfbeeld en verwachtingen). Training in cognitieve zelfreflectie voorkomt dat emotie of vooroordeel het oordeel vertroebelt.
  2. Afwijkingen signaleren: door alert te zijn op wat niet ‘normaal’ is binnen een context, herkent de boa patronen die kunnen wijzen op ondermijning, zoals onlogische transacties, veranderend gedrag of ongebruikelijke verbindingen tussen personen of bedrijven in de wijk.
  3. Vertrouwen opbouwen: burgers melden meer en werken beter mee als zij gezag ervaren als eerlijk, beleefd en transparant. Dit vergroot zowel de meldingsbereidheid als de naleving van regels.

Deze drie pijlers vormen samen een breinbewuste manier van toezicht: een houding waarin de boa niet alleen handhaaft, maar ook begrijpt hoe waarneming, emotie en gedrag elkaar beïnvloeden.

Een boa met een scherp getraind oog pikt verdachte onregelmatigheden eruit en fungeert als de alerte ogen en oren van de wijk. Door eerlijke, respectvolle en transparante omgang wekt de boa vertrouwen en vergroot hij de acceptatie van gezag. Een benaderbare boa, zichtbaar aanwezig in de buurt en open in contact, nodigt burgers uit om zorgen te delen en stimuleert zo hun meldingsbereidheid. Door zichtbaar en benaderbaar te zijn, kan de boa een stevige vertrouwensband opbouwen met bewoners en fungeert hij als laagdrempelig aanspreekpunt.

Boa’s opereren vaak op het snijvlak van handhaving en gemeenschap. In de aanpak van ondermijning zijn zij de schakel tussen politie, gemeente en burgers. Zij hebben korte lijntjes in de buurt en kunnen vroegtijdig signalen opvangen die anderen ontgaan. Cruciaal daarbij is dat hun toezichtstijl breinbewust is, rekening houdend met menselijk gedrag en perceptie. Onderzoek uit de gedragswetenschap biedt aanknopingspunten: psychologie en sociologie laten zien hoe weerstand kan worden omgezet in samenwerking en hoe vertrouwen leidt tot hogere naleving van regels en meer meldingen.

Meldingsbereidheid stimuleren
Heeft de burger de kennis en vaardigheden om te melden? Weet hij waar en hoe? In de praktijk twijfelen mensen vaak of iets meldenswaardig is. Ze herkennen een situatie niet direct als strafbaar of denken dat het hun zaak niet is. Ook weet men soms niet waar men terechtkan met een melding. Een boa kan hier een voorlichtende rol spelen, bijvoorbeeld door inwoners te informeren of door te bevestigen dat hun constateringen serieus en meldenswaardig zijn.

Een van de grootste omgevingsfactoren is anonimiteit. Mensen melden eerder wanneer ze zeker weten dat hun identiteit beschermd blijft. In een Rotterdams onderzoek gaf zes op de tien bewoners aan alleen te willen melden als absolute anonimiteit gegarandeerd is. Daarom is het essentieel dat boa’s de angst voor repercussies wegnemen, bijvoorbeeld door te wijzen op anonieme meldkanalen of zelf discreet om te gaan met informatie. Een andere factor is de toegankelijkheid van het melden: als de meldprocedure omslachtig is of men lang moet wachten aan de telefoon, haakt men af. Gemeenten kunnen het verschil maken door laagdrempelige meldpunten te creëren, zoals online apps, buurthuiskamers of directe meldmogelijkheden bij de wijkboa. Boa’s die goed geworteld zijn in de buurt kunnen dit netwerk stimuleren, bijvoorbeeld via WhatsApp-buurtpreventiegroepen waarin zij zelf participeren.

Wil de burger eigenlijk wel melden? Angst speelt een grote rol: angst voor wraak van criminelen of angst om ten onrechte iemand te beschuldigen. Uit een pilotstudie in Brabant-Zeeland (Broekhuizen et al., 2018) bleek dat mensen pas een melding willen doen als ze redelijk zeker weten dat de dader daadwerkelijk fout zit. Twijfelen ze daaraan, dan laten ze het vaak na. Vervolgonderzoek toonde dat de belangrijkste reden om een waargenomen ondermijnende activiteit niet anoniem te melden de vrees is iemand vals te beschuldigen. Boa’s kunnen dit ondervangen door bijvoorbeeld ter plekke zelf een kijkje te nemen bij een twijfelgeval of door melders te verzekeren dat een signaal altijd vrijblijvend kan worden doorgegeven ter verificatie. Ook schaamte en schuldgevoel kunnen meespelen; slachtoffers van delicten aarzelen soms te melden omdat ze zich medeverantwoordelijk voelen of schamen. Een respectvolle bejegening en eventueel doorverwijzing naar Slachtofferhulp verlaagt deze drempel. Wie geen vertrouwen heeft dat de autoriteiten iets zullen doen of dat het meldpunt te goeder trouw is, ziet af van melden. Als een boa betrouwbaar en eerlijk blijkt, straalt dat af op de overheid in brede zin. Het vergroot de legitimiteit van het toezicht in de ogen van burgers.

De kloof tussen intentie en daadwerkelijk gedrag
Mensen zetten gemiddeld slechts de helft van hun goede voornemens om in actie. In het veiligheidsdomein is die kloof nog groter. De uitdaging is die bereidheid om te zetten in actie. Hier ligt precies de meerwaarde van de BOA-brein-aanpak: vertrouwen en feedback kunnen het verschil maken tussen wel of niet de telefoon oppakken. Onderzoek laat zien dat melders vaak afhaken als ze het gevoel hebben dat een melding toch geen zin heeft, bijvoorbeeld omdat ze nooit horen wat ermee is gebeurd. Een gemeente die terugkoppeling geeft, versterkt het vertrouwen dat melden zinvol is. Slachtofferenquêtes tonen aan dat het voor melders belangrijk is geïnformeerd te worden over de afhandeling van hun melding. Die kennis motiveert niet alleen de oorspronkelijke melder, maar ook diens omgeving om een volgende keer opnieuw te melden.

Daarnaast moeten meldkanalen laagdrempelig en gebruiksvriendelijk zijn. Een ingewikkeld meldformulier of lange wachttijd aan de telefoon kan ertoe leiden dat een burger afhaakt. In buurten waar bewoners zich samen verantwoordelijk voelen voor de veiligheid, is men eerder geneigd elkaar aan te spreken en zaken te melden. Boa’s kunnen deze sociale cohesie stimuleren door buurtbijeenkomsten te organiseren of aan te sluiten bij bestaande wijkplatforms.

De manier waarop boa’s optreden heeft grote invloed op de effectiviteit van hun werk. Als mensen het gevoel hebben dat een boa hen eerlijk en met respect behandelt, groeit hun bereidheid om regels na te leven en samen te werken. Dit wordt ook bevestigd door internationaal onderzoek: als gezag als eerlijk wordt gezien, hoeft het minder te worden afgedwongen. Precies dit mechanisme wil het BOA-brein benutten. Wanneer een boa rechtvaardig optreedt, transparant is over zijn acties en mensen netjes te woord staat, vergroot dit de legitimiteit van de handhaving. Burgers zullen niet alleen een bekeuring of berisping eerder accepteren, maar zijn ook vaker geneigd uit zichzelf de regels te volgen.

Effecten van BOA-brein
De uitdaging is nu om deze inzichten breed toe te passen. Voor gemeenten en veiligheidsregio’s die georganiseerde ondermijnende criminaliteit willen aanpakken, biedt het BOA-brein concrete handvatten.

Een goed getraind BOA-brein levert onder andere de volgende effecten op:

  • Herkent de vroege signalen van georganiseerde ondermijnende criminaliteit in de wijk
  • Brengt bestuurlijke informatie tijdig in bij gemeente en ketenpartners
  • Wekt vertrouwen waardoor burgers sneller durven melden
  • Verhoogt de weerbaarheid van de wijk door effectieve inzet van het breinbewuste toezicht
  • Vermindert fout gedrag, omdat burgers regels vaker uit zichzelf volgen wanneer zij de handhaving als rechtvaardig ervaren
  • Vergroot het aantal meldingen, omdat een benaderbare, empathische boa de drempel verlaagt, vooral bij gevoelige vormen van ondermijning zoals intimidatie in de wijk
  • Verhoogt de burgertevredenheid, omdat rechtvaardig optreden het gevoel van veiligheid en geloof in de rechtsstaat versterkt
  • Vergroot bovendien de zelfwaardering van de boa zelf

Wil jij als boa-team slimmer werken met jouw BOA-brein? Maak dan gebruik van de training BOA-brein.

Bron:
Dit kennisbericht is gebaseerd op de presentatie van het BOA-brein op 6 en 7 november 2025 in Apeldoorn.

Bekijk nog meer kennisberichten van Jeroen Bakker.

Meer weten over georganiseerde ondermijnende criminaliteit?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang inhoudelijke kennisberichten over ondermijning. Of bestel het Basisboek Ondermijning.

De inhoud van dit kennisartikel, evenals eventuele bijbehorende uitingen, zijn auteursrechtelijk beschermd op grond van de Auteurswet. Het auteursrecht berust bij de auteur. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is het niet toegestaan dit werk, geheel of gedeeltelijk, te verveelvoudigen of openbaar te maken, in welke vorm dan ook. Bewijs van eerste vastlegging is gedeponeerd via de Merkplaats te Amsterdam. Voor gebruiksverzoeken kun je contact opnemen via jeroen@goudtrainingen.nl.