De vleesprijzen voor consumenten zijn de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Dit geldt ook voor wild. De hogere marktwaarde kan een extra stimulans vormen voor illegale jacht en handel. Gestroopt wild kan vervolgens via verschillende kanalen worden afgezet, zoals verkoop aan particulieren, via informele circuits of via de kennissenkring. In sommige gevallen wordt wild ook aangeboden aan of verwerkt binnen horecagelegenheden buiten de reguliere en gecontroleerde handelsketens om.
De belangrijkste motieven voor stroperij zijn:
Iris Hitzert heeft als een van de eersten een academisch beeld van dit fenomeen geschetst. Volgens groene boa’s die zij geïnterviewd heeft, bestaat er in delen van Nederland een vorm van georganiseerde stroperij, waarbij daders doelgericht samenwerken, gebruikmaken van voertuigen en technologie en soms verbonden zijn met andere vormen van criminaliteit, waaronder georganiseerde misdaad. Voor opsporingsambtenaren betekent dit dat stroperij niet alleen een natuurbeschermingsvraagstuk is, maar ook een handhavings- en veiligheidsvraagstuk in het buitengebied, met mogelijke strafrechtelijke implicaties.
Uit interviews met groene handhavers blijkt dat stropers uit verschillende sociale achtergronden komen. Een belangrijk deel van de respondenten geeft aan dat stroperij regelmatig samenhangt met andere vormen van criminaliteit. Volgens meerdere geïnterviewden gaat het regelmatig om personen die al bekend zijn bij politie of handhaving vanwege activiteiten zoals diefstal, drugshandel en illegale hennepteelt. Daarbij wordt aangegeven dat sommige daders geen regulier werk hebben en al “in beeld zijn voor andere zaken”.
Naast individuele daders signaleren handhavers ook groepsstructuren. Stroperij vindt dan plaats in teams van enkele personen tot soms meer dan tien betrokkenen. Deze samenwerking kan plaatsvinden binnen families of tussen families. Opvallend is dat volgens handhavers op sommige woonwagenlocaties stroperij relatief vaak in groepsverband voorkomt. Binnen dergelijke netwerken wordt kennis over stroperij bovendien soms generaties lang doorgegeven.
Een andere ontwikkeling die in het onderzoek van Hitzert naar voren komt, is de betrokkenheid van arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Volgens een meerderheid van de geïnterviewde handhavers zijn in de afgelopen vijftien jaar ook migranten betrokken geraakt bij stroperij, vaak onbewust. Zij wonen vaak in landelijke gebieden of werken in de landbouw. Arbeidsmigranten zijn in hun land van herkomst gewend om zonder restricties te jagen en vissen en worden in Nederland geconfronteerd met het illegale karakter ervan.
Nationaliteiten die door respondenten worden genoemd zijn onder meer Polen, Roemenië, Bulgarije, Rusland, Duitsland, Kazachstan en Letland. Sporadisch wordt ook gesproken over migranten met een Aziatische achtergrond die betrokken zouden zijn bij stroperij van wild of vis.
Stroperij vindt vaak plaats onder omstandigheden waarin het toezicht beperkt is. Daarbij zijn duidelijke patronen zichtbaar. Zo vinden deze activiteiten regelmatig plaats in de nacht of late avond. Ook gebeurt stroperij relatief vaak op doordeweekse dagen, wanneer er minder recreanten in natuurgebieden aanwezig zijn. Daarnaast spelen locaties een belangrijke rol: stroperij komt vooral voor in open landbouwgebieden, graslanden en aan de randen van natuurgebieden. In sommige gevallen vinden deze activiteiten bovendien plaats in de nabijheid van dorpen, restaurants of industrieterreinen.
Er zijn verschillende typen stropers: gelegenheidsstropers, traditionele stropers, recreatieve stropers en criminele stropers.
Gelegenheidsstropers zijn personen die incidenteel illegaal jagen of vissen, bijvoorbeeld buiten het jachtseizoen of zonder de benodigde vergunningen. Vaak gaat het om opportunistisch gedrag waarbij gebruik wordt gemaakt van situaties waarin toezicht beperkt is.
Signalen kunnen zijn:
Bij traditionele stroperij maakt het illegaal vangen of doden van dieren soms onderdeel uit van familie- of gemeenschapspraktijken. In bepaalde kringen wordt deze activiteit gezien als een traditie die van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Signalen kunnen zijn:
Recreatieve stroperij wordt door betrokkenen vaak gezien als een sport of uitdaging. Het illegaal jagen of vangen van dieren wordt daarbij beleefd als een vorm van competitie of avontuur.
Signalen kunnen zijn:
Criminele stroperij betreft een meer georganiseerde vorm waarbij daders doelgericht samenwerken en waarbij stroperij soms samenhangt met andere vormen van criminaliteit, zoals drugshandel of vermogensdelicten. Stroperij kan hierbij onderdeel zijn van een bredere criminele praktijk of een aanvullende inkomstenbron.
Signalen kunnen zijn:
Waar de klassieke stroper vroeger vaak werd geassocieerd met een enkele persoon met een geweer, beschrijven handhavers tegenwoordig steeds vaker meer georganiseerde en doelgerichte werkwijzen. Stropers opereren regelmatig in teams, waarbij sprake is van een duidelijke taakverdeling, zoals een chauffeur, schutter en uitkijk. Daarbij vinden de activiteiten vaak ’s nachts plaats, omdat de duisternis de kans op ontdekking verkleint.
Ook speelt het gebruik van voertuigen een belangrijke rol: auto’s maken het mogelijk om jachtgebieden snel te bereiken, buit te vervoeren en bij controle te vluchten. Daarnaast maken stropers steeds vaker gebruik van geavanceerde technologische hulpmiddelen, zoals sterke lampen, warmtebeeldapparatuur, PCP-geweren, geluidsdempers en middelen voor het lokaliseren en verwerken van wild. Naast vuurwapens worden bovendien ook illegale vangmethoden ingezet, zoals strikken, vallen, fuiken, honden en andere vangmiddelen.
Stroperij wordt vaak benaderd als een kosten-batenafweging. Daders wegen de mogelijke opbrengst van de activiteit af tegen het risico op ontdekking en de hoogte van de straf. Wanneer toezicht beperkt is of de pakkans laag wordt ingeschat, neemt volgens handhavers de kans op stroperij toe. Dit onderstreept het belang van zichtbare en effectieve handhaving.
In Nederland spelen bijzondere opsporingsambtenaren en andere handhavers een belangrijke rol bij de bestrijding van stroperij. Hun werkzaamheden bestaan onder meer uit toezicht op naleving van natuurwetgeving, patrouilles in natuurgebieden, opsporing van illegale jacht, bewijsverzameling en samenwerking met politie en andere opsporingsdiensten.
Ondanks deze inzet blijft stroperij relatief onzichtbaar. Dit komt doordat activiteiten vaak plaatsvinden in afgelegen buitengebieden, veelal ’s nachts, en betrokkenen opereren binnen gesloten sociale netwerken. Hierdoor zijn een goede informatiepositie en lokale kennis essentieel voor effectieve opsporing.
Uit het onderzoek van Hitzert blijkt dat de huidige aanpak wordt bemoeilijkt door een beperkte informatiepositie, versnipperde registratie van incidenten en een relatief lage pakkans. Deze lage pakkans is mede het gevolg van het uitgestrekte werkgebied van handhavers. Hierdoor ontbreekt vaak een volledig en actueel beeld van de omvang en aard van stroperij, wat gerichte prioritering en effectieve handhaving bemoeilijkt.
Daarom is het noodzakelijk om te investeren in betere informatievoorziening, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een centraal meld- en registratiesysteem voor stroperijincidenten. Dit kan bijdragen aan beter inzicht in trends, hotspots en betrokken actoren, waardoor toezicht en opsporing gerichter kunnen worden ingezet.
Daarnaast wordt het belang benadrukt van het versterken van handhavingscapaciteit en het beter benutten van technische hulpmiddelen, zoals cameratoezicht en andere opsporingsmiddelen, om de pakkans te vergroten en de preventieve werking te versterken. Ook wordt gewezen op het belang van intensieve samenwerking tussen natuurbeheerders, toezichthouders, politie en andere partners, zodat informatie-uitwisseling en gezamenlijke interventies worden verbeterd. Het is daarbij belangrijk om contact met omwonenden te leggen en hen te betrekken. Zij kunnen tips geven over zaken die opvallen of wat ze hebben gehoord.
Door daarnaast te investeren in bewustwording bij gebruikers van natuurgebieden en het evalueren van het juridische instrumentarium kan de aanpak van stroperij verder worden geprofessionaliseerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met uiteenlopende achtergronden en motivaties van stropers.
De beoogde opbrengst hiervan is een betere informatiepositie, meer samenhang in handhaving en een effectievere bescherming van natuur en fauna.
In een apart artikel beschrijven we uitgebreid hoe je stroperij in de praktijk herkent, inclusief signalen, gedragskenmerken en werkwijzen van stropers.